• Boek 2 Artikel 35 (2:35 BW)

    Einde lidmaatschap

    1. Het lidmaatschap eindigt:
      1. door de dood van het lid, tenzij de statuten overgang krachtens erfrecht toelaten;
      2. door opzegging door het lid;
      3. door opzegging door de vereniging;
      4. door ontzetting.
    2. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de statuten genoemd, voorts wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de statuten dit aan een ander orgaan opdragen, geschiedt de opzegging door het bestuur.
    3. Ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
    4. Tenzij de statuten dit aan een ander orgaan opdragen, geschiedt de ontzetting door het bestuur. Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat, behalve wanneer krachtens de statuten het besluit door de algemene vergadering is genomen, binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit, beroep op de algemene vergadering of een daartoe bij de statuten aangewezen orgaan of derde open. De statuten kunnen een andere regeling van het beroep bevatten, doch de termijn kan niet korter dan op één maand worden gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
    5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft, tenzij de statuten anders bepalen, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.
    6. De vereniging draagt er zorg voor dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen. De informatie wordt in ieder geval opvallend vermeld op de hoofdpagina van de website en op bladzijde 1, 2 of 3 van het ledenblad, indien een vereniging gebruik maakt van deze communicatiemiddelen.

    Toelichting

     


    In artikel 2:35 BW wordt duidelijk wanneer het lidmaatschap van een vereniging eindigt.

    Einde lidmaatschap

    In lid 1 van artikel 2:35 BW wordt een limitatieve opsomming gegeven. Alleen via deze manieren kan het lidmaatschap eindigen. Uit lid 2 van dit artikel blijkt dat de vereniging het lidmaatschap van iemand kan opzeggen. Opzegging kan niet worden uitgesloten, zowel voor de vereniging niet als voor een lid niet. Het lidmaatschap kan niet onopzegbaar zijn.

    Gronden voor opzegging

    Er zijn verschillende mogelijkheden om het lidmaatschap te laten beëindigen. Dit kan door het lid zelf, maar ook door de vereniging.

    • In de statuten kunnen de gronden voor opzegging zijn opgenomen. De verenging mag zelf bepalen wat deze gronden inhouden.
    • De vereniging kan ook het lidmaatschap opzeggen als een lid niet meer aan de statutaire vereisten voldoet. Een vereniging kan zelf bepaalde kwaliteitseisen stellen. Als een lid niet meer aan deze kwaliteitseisen voldoet, dan kan de vereniging het lidmaatschap opzeggen.
    • Als de vereniging in redelijkheid niet meer het lidmaatschap van een lid kan laten voortduren, dan kan dit ook een grond vormen voor opzegging. Als er op de voorgaande gronden geen mogelijkheid bestaat om het lidmaatschap op te zeggen, dan is dit een laatste mogelijkheid.

    Het bestuur is bevoegd het lidmaatschap op te zeggen. In de statuten kan hier van worden afgeweken. De statuten kunnen bepalen dat deze bevoegdheid toekomt aan een ander orgaan dan het bestuur.

    Ontzetting

    Ontzetting kan ook plaatsvinden. Dit betekent dat een lidmaatschap niet wordt opgezegd, maar wordt ontzegt. Dit is alleen mogelijk als er sprake is van een onredelijke benadeling van de vereniging door het gedrag van een lid. De vereniging moet benadeeld zijn. Die benadeling zelf, die moet onredelijk zijn. Dit kan gebeuren als een lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging.

    Jurisprudentie


    Geen jurisprudentie beschikbaar.