• Boek 6 Artikel 58 (6:58 BW)

    Schuldeisersverzuim

    De schuldeiser komt in verzuim, wanneer nakoming van de verbintenis verhinderd wordt doordat hij de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent of doordat een ander beletsel van zijn zijde opkomt, tenzij de oorzaak van verhindering hem niet kan worden toegerekend.

    Toelichting


    Artikel 6:58 BW ziet op twee soorten gevallen waarmee sprake is van schuldeisersverzuim. Enerzijds waarin de nakoming van de prestatie wordt verhinderd doordat schuldeiser zijn noodzakelijke medewerking niet verleent. Anderzijds als nakoming wordt verhinderd op een andere manier die voor zijn risico komt.

    In geval van de eerste mogelijkheid gelden een aantal vereisten:

    1. schuldenaar is tot prestatie in staat en bereid;
    2. schuldenaar moet schuldeiser hebben medegedeeld dat medewerking nodig is;
    3. medewerking van schuldeiser blijft achterwege;
    4. de reden van verhindering kan schuldeiser worden toegerekend.

    De tweede mogelijkheid ziet op gevallen wanneer nakoming wordt verhinderd op een wijze die voor risico van de schuldeiser komt. Een voorbeeld hiervan is de schuldeiser die het te leveren goed vernielt.

    Jurisprudentie


    Hoge Raad, 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709

    Een derdenbeslag zorgt ervoor dat door de schuldenaar niet kan worden betaald. Deze verhindering wordt aan de schuldeiser toegerekend. Daarmee is in een dergelijk geval sprake van schuldeisersverzuim.