• Boek 6 Artikel 81 (6:81 BW)

    Verzuim

    De schuldenaar is in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van de artikelen 82 en 83 is voldaan, behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming reeds blijvend onmogelijk is.

    Toelichting


    Artikel 6:81 BW gaat over verzuim. Van verzuim is sprake als een tijdige nakoming van een verbintenis aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

    Niet iedere vertraging van een prestatie levert verzuim op. Alleen vertraging die voldoet aan in artikel 6:82 en artikel 6:83 BW genoemde gevallen:

    1. opeisbare verbintenis;
    2. schuldenaar niet of ondeugdelijk presteert;
    3. prestatie is niet blijvend onmogelijk;
    4. de vertraging kan aan de schuldenaar worden toegerekend;

    Jurisprudentie


    Hoge Raad, 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925 (Schwartz/Gnjatovic)

    Schending van een voortdurende verplichting kan onmogelijkheid tot nakomen opleveren. Dan is ontbinding mogelijk zonder verzuim. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij het niet betalen van huurpenningen.

    Hoge Raad, 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9494 (Endlich/Bouwmachines)

    In beginsel treedt verzuim pas in als een ingebrekestelling is verstuurd.