• Boek 6 Artikel 91 (6:91 BW)

    Boetebeding

    Als boetebeding wordt aangemerkt ieder beding waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan.

    Toelichting


    Een boetebeding is een afspraak tussen partijen op grond waarvan een boete moet worden betaald, als een partij zijn verplichtingen niet (helemaal of tijdig) nakomt. Boetebedingen komen in de praktijk veel voor. Bijvoorbeeld in arbeidsovereenkomsten en algemene voorwaarden staat vaak een boetebeding.

    Ontstaan van een vordering

    Op grond van het boetebeding ontstaat er een vordering. Deze vordering ontstaat niet bij het ontstaan of het opstellen van het boetebeding. Maar pas als er sprake is van een toerekenbare tekortkoming. Op dat moment wordt de vordering ook opeisbaar. Uit artikel 6:93 BW vloeit voort dat er sprake moet zijn van verzuim aan de kant van de schuldenaar. De schuldeiser zal dus soms de schuldenaar in gebreke moeten stellen. De rechter heeft de bevoegdheid om de boete te matigen op grond van artikel 6:94 BW. De rechter kan dit niet zomaar doen. De schuldenaar moet hierom verzoeken en het kan alleen indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit is een strenge norm en de rechter moet hier terughoudend mee omgaan.

    Verval van het boetebeding

    Als de verbintenis komt te vervallen, dan vervalt ook het boetebeding. Een verbintenis kan komen te vervallen door bijvoorbeeld ontbinding of vernietiging van de overeenkomst. Het boetebeding verliest dan zijn bestaansrecht. Dit is niet altijd het geval. Als het gaat om een boetebeding die verplicht tot het betalen van een schadevergoeding heeft het nog wel enig bestaansrecht. Als men namelijk met een boetebeding de schade vooraf wil vaststellen, dan behoudt het op moment van ontbinding of vernietiging nog zijn bestaansrecht. Er wordt dan namelijk naar het boetebeding gekeken voor ofwel de omvang van de schadevergoeding of de omvang van de schade zelf. Die is namelijk vooraf al vastgesteld of afgesproken.

    Beroep op boetebeding en schadevergoeding

    In artikel 6:92 BW wordt de werking van het boetebeding geregeld. Deze bepaling is echter van aanvullend recht, dus partijen kunnen hiervan afwijken in de door hun gesloten overeenkomst. Het feit dat er een boetebeding is afgesproken betekent niet dat een schuldeiser eerst hier een beroep op moet doen indien er sprake is van een tekortkoming. Een schuldeiser kan nog steeds eerst nakoming vorderen of de overeenkomst ontbinden, voordat hij een beroep doet op het boetebeding.

    De schuldeiser mag echter niet tegelijkertijd een beroep doen op nakoming en het boetebeding. Het is één van de twee. Nadat de schuldeiser nakoming heeft gevorderd en deze is uitgebleven, kan iemand wel een beroep doen op het boetebeding. Alleen niet tegelijkertijd. Indien de schuldeiser een geslaagd beroep heeft gedaan op het boetebeding en hierdoor een schadevergoeding of een andere prestatie verricht heeft gekregen, kan hij niet daarna nog een schadevergoeding vorderen die bestaat op grond van de wet. Het boetebeding treedt in de plaats van de wettelijke schadevergoeding. Zoals eerder genoemd is hier nog steeds sprake van aanvullend recht. Partijen kunnen dus iets anders afspreken in hun overeenkomst en deze bepaling geldt alleen indien er niks over is afgesproken. Daarnaast moet er sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming. Als hier geen sprake van is, dan kan de schuldeiser dus ook geen (geslaagd) beroep doen op het boetebeding. Indien er sprake is van overmacht, kan de tekortkoming iemand niet worden toegerekend. Echter kan overmacht in de overeenkomst worden uitgesloten in het boetebeding.

    Jurisprudentie


    • Rechtbank Gelderland 6 november 2011, ECLI:NL:RBGEL:2013:4386.
      Of een boetebeding in de omstandigheden van het geval onredelijk bezwarend is wordt ambtshalve getoetst.
    • Gerechtshof ’s Hertogenbosch 23 juli 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2219.
      Toepassen van een boetebeding kan in de omstandigheden van het geval buitensporig en onaanvaardbaar zijn.