xxx

Wat is het bodemrecht?

bodemrechtHet bodemrecht is een voorrecht van de belastingdienst. Die heeft in Nederland een bijzondere positie als het gaat om het innen van bepaalde belastingschulden. Voor het innen van deze soort belastingschulden heeft de belastingdienst namelijk bepaalde voorrechten.

Algemeen voorrecht

Op grond van artikel 21 IW 1990 heeft de belastingdienst een algemeen voorrecht. Dit voorrecht geldt ten aanzien van alle goederen van de belastingschuldige. Als er sprake is van een faillissement, dan vormt deze vordering een faillissementsvordering. Dat betekent dat de belastingdienst toch nog een beetje achteraan in de rij staat. De belastingdienst wordt namelijk pas betaalt als alle boedelvorderingen zijn voldaan.

Bodemrecht

Ten aanzien van een aantal in de wet genoemde zakelijke belastingschulden heeft de belastingdienst een extra bevoorrechte positie. Het gaat dan om bijvoorbeeld de loon- of omzetbelasting. Voor de inning van deze belastingschulden kan de belastingdienst zich ook verhalen op alle roerende zaken die op de bodem duurzaam door de schuldenaar gebruikt worden. De belastingdienst kan zich dus verhalen op zogenoemde bodemzaken. Deze bodemzaken hoeven niet tot het eigendom van de schuldenaar te behoren. Ze kunnen ook van een derde zijn. Als er sprake is van een stil pandrecht, dan kan de belastingdienst zich boven die pandhouder verhalen op zo’n zaak. De pandhouder heeft dan simpelweg pech. Als er sprake is van een vuistpandrecht, dan gaat de belastingdienst niet voor op de pandhouder. Het goed bevindt zich dan in de macht van de pandhouder. Ook leveranciers die hebben geleverd onder eigendomsvoorbehoud hebben een nadelige positie ten aanzien van de belastingdienst. Bij deze goederen geldt ook dat het bodemrecht van de belastingdienst voorgaat op de leverancier.

Bodemzaken

De belastingdienst kan zich dus verhalen op bodemzaken als het gaat om het innen van bepaalde belastingschulden. Wat zijn bodemzaken precies? Bodemzaken zijn zaken die dienen tot de stoffering van de onderneming. Dat betekent dat de roerende zaken moeten strekken tot een duurzaam gebruik die overeenkomstig zijn met hun bestemming. Door gebruik van deze roerende zaken beantwoordt het gebouw beter aan zijn bestemming. De zaken moeten zich bevinden op de bodem van dit gebouw. Dit klinkt erg abstract.

Om het makkelijker te maken geven we een voorbeeld. Machines zijn een goed voorbeeld van een bodemzaak. Als die machines onderdeel uitmaken van het productieproces, is er sprake van een bodemzaak. Het gaat er dus om dat die machines ervoor zorgen dat de fabriek beter aan zijn bestemming beantwoordt. Stel, er is sprake van een textielfabriek. Voor de productie van textiel staan er machines in de fabriek. Zonder die machines kan de productie van textiel niet verder. Maar er is dan ook minder sprake van een textielfabriek. Er wordt immers geen textiel meer geproduceerd. Die machines beantwoorden dus aan de bestemming van het gebouw. Het is heel belangrijk dat er sprake is van enige duurzaamheid. Die machines moeten voor een langere periode worden gebruikt.

Andere voorbeelden van bodemzaken zijn het meubilair van een winkel, de bar in een café of de ovens in een restaurant.

Meldingsregeling

Sinds 2013 bestaat er een meldingsregeling met betrekking tot bodemzaken. In artikel 22bis IW 1990 is deze regeling opgenomen. Als een pandhouder zijn recht ten aanzien van een bodemzaak wil uitoefenen, moet hij hiervan een melding maken bij de belastingdienst. Dit geldt ook voor andere derden die menen recht te hebben op een bodemzaak. Ook als zij een handeling willen verrichten die ervoor zorgt dat een bodemzaak niet langer als bodemzaak kwalificeert, moeten zij hiervan een melding maken bij de belastingdienst.

Stel dat er een stil pandrecht rust op een machine van de textielfabriek. Dit kwalificeert als een bodemzaak, zolang de machine zich op de bodem van de textielfabriek bevindt. Als de schuldenaar en de stil pandhouder besluiten hier een vuistpandrecht van te maken, dan moeten zij de machine in de macht van de pandhouder brengen. De pandhouder zou de machine dan moeten ophalen en bijvoorbeeld bij hem thuis moeten zetten. De machine is dan niet langer een bodemzaak. Het bevindt zich niet langer op de bodem van het gebouw van de onderneming. Als zij dit willen doen, zullen zij een melding hiervan moeten maken bij de belastingdienst.