xxx

Wat is misbruik van executierecht?

parate executieOp grond van artikel 3:268 BW heeft een hypotheekhouder het recht van parate executie. De hypotheekhouder kan ook misbruik maken van zijn rechten. De schuldenaar kan proberen de executieverkoop te schorsen. De rechter zal dit toewijzen als er sprake is van misbruik van executierecht.

Misbruik van recht

Een executieverkoop kan worden geschorst als er sprake is van een misbruik van recht. Als de hypotheekhouder misbruik van zijn executiebevoegdheid maakt, dan kan de rechter de executie op grond van het hypotheekrecht schorsen. De hypotheekhouder heeft bij zijn executiebevoegdheid het belang dat hij zijn geld krijgt. Hij heeft dus een belang bij het overgaan tot executie. De schuldenaar heeft echter ook bepaalde belangen bij het schorsen van de executie of het ├╝berhaupt niet overgaan tot executie door de hypotheekhouder. Op het moment dat de hypotheekhouder, op grond van een onevenredigheid tussen deze belangen, niet in redelijkheid tot de uitoefening van zijn executiebevoegdheid had kunnen komen, maakt hij misbruik van zijn executierecht (Rechtbank Overijssel 28 januari 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:303). Ook als de executie een onaanvaardbare noodtoestand veroorzaakt, kan sprake zijn van een misbruik van executierecht (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2030).

Omstandigheden van het geval

De rechter houdt bij de beoordeling of er sprake is van misbruik van het executierecht met verschillende omstandigheden rekening. In 2013 heeft de Rechtbank Amsterdam geoordeeld dat er sprake was van misbruik van executierecht. De voorzieningenrechter had daar laten meewegen dat het toen der tijd economisch gezien niet goed in Nederland. Veel huizen stonden daarom onder water. Dat betekent dat de hypotheekschuld hoger is dan wat het huis waard is. Daarom mocht er van de bank meer coulance worden verwacht. Ze moesten zich wat minder streng opstellen tegenover de schuldenaar. In ieder geval meer dan in tijden dat het economisch wel goed ging. De bank moest volgens de voorzieningenrechter eerst de laatst mogelijke optie hebben afgewacht totdat zij mochten overgaan tot de openbare verkoop van het huis (Rechtbank Amsterdam 13 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0869).