xxx

Wat is een beperkt recht?

Beperkte rechtenBeperkte rechten zijn rechten die rusten op de zaak van een ander. Iemand anders is eigenaar van een zaak. Op die zaak wordt een beperkt recht gevestigd ten behoeve van iemand die niet de eigenaar is. Bijvoorbeeld, X is eigenaar van een huis. Ten behoeve van Y vestigt X een beperkt recht op zijn huis. Op grond van artikel 3:81 lid 1 BW kennen we een gesloten stelsel van beperkte rechten. Dat betekent dat alleen de beperkte rechten die in de wet worden genoemd gevestigd kunnen worden. Iemand kan niet zelf een beperkt recht verzinnen.

Hoe komen beperkte rechten tot stand?

Beperkte rechten kunnen ontstaan doordat de eigenaar van een zaak een rechtshandeling verricht samen met degene aan wie het beperkte recht toekomt. Een beperkt recht kan dus alleen voor een rechtshandeling ontstaan. Op grond van artikel 3:98 BW geldt hetgeen is bepaald in afdeling 3.4.2 BW ook voor de vestiging van beperkte rechten. Beperkte rechten moeten gevestigd worden op dezelfde manier als waarop het goed waarop ze rusten overgedragen zou moeten worden. De overdracht van goederen wordt geregeld in artikel 3:84 BW. Soms kunnen beperkte rechten ook ontstaan op basis van de wet, zoals bijvoorbeeld een pandrecht. Een beperkt recht kan op verschillende manieren tenietgaan. Het hangt van de manier waarop het beperkte recht is geregeld. Er kan een tijdslimiet bestaan, dus dat het beperkte recht voor een bepaalde duur is gevestigd. Na verloop van tijd gaat het beperkte recht dan teniet. Als een beperkt recht tegelijkertijd ook een afhankelijk recht is, dan gaat het beperkte recht teniet als het hoofdrecht ook tenietgaat. Als een pandrecht is gevestigd op een vordering, dan gaat het pandrecht teniet als de vordering wordt voldaan. Dus als de vordering tenietgaat.

Soorten beperkte rechten

Als we het hebben over beperkte rechten met betrekking tot goederen kennen we twee soorten beperkte rechten. Genotsrechten en zekerheidsrechten.

  • Genotsrechten: een genotsrecht is een beperkt recht dat iemand de bevoegdheid geeft het goed of de zaak van een ander te gebruiken en het genot te hebben. Voorbeelden van genotsrechten zijn een vruchtgebruik en een erfdienstbaarheid. Elk genotsrecht verschilt van elkaar. Soms mag iemand heel ver gaan in het gebruik en genot van het goed of de zaak van een ander. Maar soms is dit ook een stuk beperkter.
  • Zekerheidsrechten: de wet kent een gesloten stelsel van zekerheidsrechten. Dit betekent dat alleen de in de wet genoemde rechten gevestigd kunnen worden ter zekerheid. Iemand kan niet zelf een zekerheidsrecht bedenken. De wet kent twee zekerheidsrechten. Het pandrecht en het hypotheekrecht. Zekerheidsrechten zorgen ervoor dat een schuldeiser zeker(der) weet dat hij zijn geld terug krijgt.

Absolute werking

Beperkte rechten hebben absolute werking. Dit betekent dat zij ook tegen derden kunnen worden ingeroepen. Als iemand een beperkt recht heeft op een huis van een ander, dan kan diegene zijn beperkt recht ook inroepen tegen schuldeisers van de eigenaar van het huis. De schuldeisers moeten het beperkte recht van diegene dan respecteren.