xxx

Wat is notariële akte?

Notariële akte

De Nederlandse wet kent verschillende soorten aktes, zowel de onderhandse als de authentieke akte. Een authentieke akte is een notariële akte. Een onderhandse akte kan van alles zijn. Als het maar een schriftelijke overeenkomst is. Een notariële akte is pas een rechtsgeldige notariële akte als deze door de notaris is gewaarmerkt. Een onderhandse akte kan ook door een notaris worden opgemaakt, maar wordt vervolgens niet door deze gewaarmerkt. Gewaarmerkt betekent niets meer dan een stempel van de notaris drukken op de overeenkomst. In ons Burgerlijk Wetboek is de notariële akte vaak een vereiste voor overdracht, vestiging of afstand van (register)goederen en/of rechten. Deze akte moet dan – meestal – worden ingeschreven in de openbare registers.

Inhoud van de notariële akte

Er kan discussie ontstaan over de inhoud van een akte. Als het gaat om de uitleg van een overeenkomst, dan geldt nog steeds de Haviltex-norm. Deze heeft de Hoge Raad in 1981 geformuleerd (Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Ermes/Haviltex). De Haviltext-norm bepaalt dat voor de uitleg van een overeenkomst gekeken moet worden naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en onder de gegeven omstandigheden gezien de gedragingen redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen. De zin en de bedoeling van de partijen blijft dus doorslaggevend bij de uitleg van een overeenkomst.

Deze Haviltex-norm wordt niet altijd gehanteerd als het gaat om notariële aktes die moeten worden ingeschreven in het openbare register. Dit is zo bij leverings- en vestigingsaktes. Dus als het gaat om goederenrechtelijke overeenkomsten. In 2000 heeft de Hoge Raad bepaald dat ook ten opzichte van partijen een objectieve uitleggingsmaatstaf moet worden gehanteerd. Dus niet alleen ten opzichte van derden (Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8901, Eelder woningbouw). De Hoge Raad spreekt hier van een CAO-norm. Die is minder subjectief dan de Haviltex-norm. Er wordt weliswaar nog steeds gekeken naar de bedoeling van beide partijen. Maar die wordt uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven in het licht van de inhoud van de gehele akte. Dus de gehele overeenkomst.

Bewijskracht van de notariële akte

Soms ontstaat er discussie tussen partijen over de inhoud van de notariële akte. De eerste vraag die men dan moet stellen is: wat is de bewijskracht van deze akte? Het gaat dan vaak om de materiële bewijskracht van de akte. Die ziet namelijk op de inhoud van de verklaringen die in de akte zijn opgenomen. Op grond van artikel 157 lid 2 Rv bestaat er geen verschil in deze bewijskracht tussen de notariële en de onderhandse akte. Beide leveren dwingend bewijs op. Uit artikel 151 lid 1 Rv vloeit voort dat de rechter hier niet zelf kan bepalen hoeveel waarde hij hecht aan de inhoud van de akte, maar dat hij deze als waarheid dient aan te nemen. Dit betekent echter niet dat er geen tegenbewijs kan worden geleverd. Op grond van artikel 151 lid 2 Rv staat er tegen dwingend bewijs ook tegenbewijs open. Het enige verschil in bewijskracht is dat een notariële akte dwingend bewijs oplevert tegen iedereen, dus ook tegen derde. Bij een onderhandse akte geldt deze bewijskracht alleen tussen de partijen van de overeenkomst.