xxx

Wat is mandeligheid?

Opschorting

Op grond van artikel 5:60 BW kent de Nederlandse wet mandeligheid. Mandeligheid ontstaat op het moment dat een onroerende zaak eigendom is van meerdere personen. Op het moment dat een onroerende zaak gemeenschappelijk eigendom is van verschillende eigenaars van twee – of meer – erven, spreekt men van mandeligheid. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een heg of een muur die tussen twee erven in staat. De verschillende eigenaren moet die onroerende zaak ook bestemmen tot het gemeenschappelijke nut van hun erven.

Vereisten van mandeligheid

Mandeligheid kan alleen met betrekking tot onroerende zaken. Het is niet mogelijkheid dat er met betrekking tot een roerende zaak sprake is van mandeligheid. Naburigheid is geen vereiste voor mandeligheid. Naburigheid betekent dat de twee zaken aan elkaar grenzen. Uit het feit dat het gaat om een onroerende zaak die eigendom is van meerdere personen vloeit wel voort dat er vrijwel altijd sprake is van naburigheid, betekent dit niet dat dit een ontstaansvereiste is. Wat wel vereist is, is het gemeenschappelijke nut van de onroerende zaak. Het is van belang dat beide eigenaren er nut aan ondervinden. Verder kan mandeligheid ontstaan door het verrichten van een rechtshandeling, zo volgt uit artikel 5:60 BW. Als het gaat om een hek, een muur of een heg, dan kan het ook ontstaan op basis van de wet. Dit volgt uit artikel 5:62 BW.

Verplichtingen en rechten van eigenaren

De mede-eigenaren kunnen allemaal gebruik maken van de zaak. Er bestaat zoiets als mede-gebruik. Zij zijn verplicht elkaar toegang tot de zaak te verschaffen en kunnen deze toegang niet aan een mede-eigenaar ontzeggen. Wel zijn de mede-eigenaren allemaal verplicht een aandeel te leveren in de kosten van het onderhoud en de reiniging van de zaak. Ook als er de onroerende zaak toe is aan vernieuwing en die vernieuwing is noodzakelijk, zijn alle mede-eigenaren verplicht bij te dragen in de kosten hiervoor. Dit volgt uit artikel 5:65 BW. Doordat er sprake is van mede-eigendom kunnen de eigenaren niet afzonderlijk van elkaar de onroerende zaak leveren of verdelen op grond van artikel 5:63 BW. Ze kunnen dit niet aan vreemden, maar wel aan een andere mede-eigenaar. Als een eigenaar niet meer wil bijdragen in de lasten van het onderhoud, reiniging of noodzakelijke vernieuwing kan hij op grond van artikel 5:66 BW zijn aandeel in die onroerende zaak overdragen aan een andere mede-eigenaar. De mede-eigenaren zijn verplicht hieraan mee te werken.

Mandaligheid is dus een vorm van mede-eigendom over onroerende zaken met betrekking tot het eigendom van meerdere eigenaren over verschillende erven.